Kwb zolder: 75 jaar

 











Deel 1:


De voorbije 75 jaar hebben honderden wijkmeesters-vrijwilligers - samen met jullie - gebouwd aan een aangename gezinsbeweging met een grote impact op de plaats van de gezinnen in de samenleving.

Naar aanleiding van ons jubileum willen we jullie de kwb - kristelijke werknemers beweging  en wat er aan voorafging - in enkele stappen voorstellen.


We nemen je eerst mee - ongeveer 150 jaar - terug in de tijd.


1.De aanloop naar het christelijk verenigingsleven in ons land.


1884. De overgang naar een Katholiek politiek bewind gedurende 30 jaar in ons land.

Ze verdedigden de kerk, de landbouw en het plattelandsleven.


Maar korte tijd later zorgde de technische vooruitgang op vlak van het langeafstandvervoer overzee en per spoor er voor, dat goedkope granen en vee ingevoerd werden. Dit betekende de ondergang van vele landbouwbedrijven en versnelde de uitstroom van landbouwarbeiders die hun heil gingen zoeken in de industrie. Maar een industriële crisis trof met volle kracht alle productie sectoren met een  grote loondaling en met nog slechtere werkomstandigheden tot gevolg.


  1. De speelfilm “ Priester Daens” geeft een goed beeld van de heersende toestand in die tijd. De schandalig lage lonen, de verschrikkelijke en onveilige werkomstandigheden,                  gedwee de tiranie van de baas ondergaan en de onzekerheid of je nog gekozen werd om te mogen werken.

        En de houding van de kerkleiders die kozen voor de elite maakte dit alles nog erger.

  1. Maar er was ook de sterke groei van het socialisme. En voor de kerk stond het socialisme gelijk aan” oproer, ontkerking en verderf” en daar moest iets tegenover gesteld worden. Maar, mede onder druk van de politiek kozen de meeste kerkleiders voor de elite, het patronaat.                                                                                                                            Doch er was nog priester Daens, die de kant koos van het verdrukte werkvolk en hun gezinnen. Hij schuwde hierin aanvaringen met vooraanstaande kerkleiders niet en tegen alle kerkregels in stapte hij, eigenzinnig als hij was, in de politiek om verandering te kunnen brengen.

  2. Om aan te tonen hoe schril de toestand toen was, kwam er een koninklijk besluit dat voortaan  ondergrondse mijnarbeid voor jongens minder dan 12 jaar en meisjes van minder dan 14 jaar verbood. In 1889 werd fabrieksarbeid van kinderen onder de 12 jaar verboden en de maximum arbeidsduur voor jongens tot 14 jaar en meisjes tot 16 jaar werd 12 uur per dag.


En toch was er ook een groot lichtpunt in 1884 met de pauselijke encycliek van Leo XIII, bij ons beter gekend als ”Rerum Novarum”. Die hoop en op termijn een ommekeer moest brengen. Onomwonden werden hierin eerlijk loon (waarvoor staatstussenkomst  moest voorzien worden),  bestaansmiddelen voor mensen zonder werk, veilige werkomstandigheden en een halt aan kinderarbeid naar voor geschoven. Dit alles, mede als bijdrage voor een sociaal en gelukkig en homogeen gezinsleven.

Rerum Novarum wordt nog beschouwd als de basis van de sociale leer van de hedendaagse kerk. Voor het eerst  werd aan het lot van de arbeiders een encycliek gewijd.

Maar het publiceren van die encycliek toen, vormde voor de arbeiders wel een probleem omdat 60% van hen niet kon lezen of schrijven. Daarom moesten er sociale werkers op pad gestuurd worden.

Onder meer hiervoor - en omwille van de aanhoudende slechte sociale toestanden - kwamen in de christelijke zuil bonden (verenigingen) tot leven, die tevens een tegenpool vormden voor het steeds groeiend socialisme.

In 1886 kwam de Christelijke vereniging van Vooruitzicht - de mutualiteit - tot stand. Wanneer in 1894 de mutualiteiten door de staat gesubsidieerd werden kwam er meteen een aantal  verbonden tot stand en was er een spectaculaire groei van het aantal leden. Vanaf 1906 werd het de landsbond van christelijke mutualiteiten.

In 1904 kwam er een  algemeen secretariaat der beroepsverenigingen - syndicaat. Voor de mutualiteit een concurrent en dus met een grote terughoudendheid onthaald. Naast streven voor betere arbeidsvoorwaarden organiseerden zij een vrije werkloosheidsverzekering.

Ook de coöperaties kwamen stilaan boven water. We kennen wellicht nog de Welvaart winkels.  Hun opvoedende taak was, spaarzaamheid, verantwoordelijkheidsbesef en gezond gezinsleven door kwaliteitsvolle producten aan te bieden aan voordelige prijzen.                                                        Dit laatste doen we vandaag nog binnen kwb in onze zeer gesmaakte samenaankoop.

Later kwam er nog de BAC. Kwb afdelingen die er toen al waren, vooral in Oost Vlaanderen, trokken massaal de straat op want sparen behoorde tot hun opvoedende opdracht en moest vooruitziendheid, werkzaamheid, gevoel voor eigenwaarde en standenbesef versterken. Goede interest, zowel bij sparen als bouwleningen, en winstverdeling waren een sterk wapen.


Wereldoorlog I had weinig invloed op de bewegingen. Wel beperkte deze de werking tot vooral het organiseren van studiekringen. Verder hadden toen de bewegingen nog geen te grote impact op de samenleving.

Na wereldoorlog I kwam daar verandering in. Het besef bij de werkende klasse groeide, dat men zich moest groeperen in bonden (de tegenwoordige verenigingen) om uit de diepe ellende en armoede te geraken, die de oorlog had veroorzaakt. De bonden (de bewegingen) kwamen sterker in beeld en zouden op termijn, ondanks vele moeilijkheden, tegenstand en economische dieptepunten, voor een grote ommekeer zorgen. Het idee dat een kwb hierin ook een belangrijke rol kon spelen groeide ook bij een aantal kerkleiders en groepen ….... doch stuitte ook op weerstand.


Maar daarover meer in een volgende uitgave.

Roger S.

================

Deel 2


75 jaar KWB Zolder Centrum.

Naar aanleiding van 75 jaar KWB Zolder Centrum namen we u in onze eerste stap 150 jaren terug mee in de tijd. In de tweede stap beginnen we een tiental jaren voor WO 1.


De maatschappelijke werken en de christen-democratie van het einde van de negentiende eeuw hadden op enkele uitzonderingen na gevangen gezeten in een keurslijf van politieke kerkelijke elites, of hadden gediend als steunpunt voor de politieke emancipatie van de Vlaamse kleine burgerij. Noch in het ene, noch in het andere geval kon van arbeidersorganisaties gesproken worden. Vanaf de eeuwwisseling waaide er een nieuwe wind. Met het Algemeen Secretariaat  der Christelijke Beroepsverenigingen ging eindelijk de syndicale beweging van start, al snel gevolgd door vernieuwingen van de werkmanskringen.

Arbeiders steeds gezien in de brede zin : arbeiders, bedienden, mensen in het onderwijs, ja zelfs kleine zelfstandigen. Zo ontstond de zelfstandige arbeidersbeweging, dat wil zeggen een organisch geheel van syndicale, mutualistische, coöperatieve, sociaal-culturele en politieke activiteiten, gericht op de brede maatschappelijke ontvoogding van de arbeider.

Een belangrijk figuur hierin was pater Rutten. Tegen de zin van zijn orde kreeg hij, door rechtstreeks beroep te doen op de algemeen overste in Rome, de toelating om politieke en sociale wetenschappen te studeren in Leuven. Enkele jaren na zijn studies kon hij starten met het Algemeen Secretariaat der Christelijke Beroepsverenigingen, met zetel in Gent, als het ware als advocaat van de Christelijke syndicaten. De syndicale actie was voor hem een vorm van priesterapostolaat en een dienst aan de kerk. Ze was voor hem een middel om het volk Christelijk te houden tegen het groeiend socialisme. Rutten kon hierbij rekenen op een nieuwe generatie priesters, vooral jonge onderpastoors en collegeleraars, die de principes van Rerum Novarum als vanzelfsprekend beschouwde maar hierbij toch wel weerstand ondervonden bij de oudere generatie conservatieve pastoors.

Door de bisschoppen werden nu ook, op aandringen van Rutten, regionale directeurs van sociale werken aangesteld. Deze priesters werden geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van parochiale dienst om zich aan de sociale actie te wijden. Een aantal van hen speelden een zeer belangrijke rol in de sociale beweging samen met de vrijgestelden.. Zo zorgde de beweging onder meer dat er een wetsontwerp kwam omtrent het begrip: „Verplichte sociale verzekering op basis van een bijdrage van de werknemer, werkgever en overheidssubsidiëring”. Maar dan kwam de oorlog die brak de nog jonge expansieve christelijke arbeidsorganisaties en de verlichte sociale zekerheid en een aantal  andere belangrijke voorstellen voor bijsturing in die sociale zekerheid konden niet meer bij wet vastgelegd worden.

WO1 zorgde, naast veel ellende, ontbering en  angst, ook voor sociale en politieke veranderingen.

Zoals onder meer:

– Honderdduizenden mensen vluchten weg uit België, ook leiders van de Christelijke organisaties .

– Politieke tegenstellingen maakten plaats voor de geest van Nationale Unie.

– Godsvrede kwam tot uiting in het Nationaal  hulp en voedingscomité NHVC dat, zo goed als kon,    de bevoorrading van het land verzekerde.

– De christelijke verenigingen en het syndicaat oriënteerden hun werking vooral naar studiekringen.      – Mutualiteiten, zwaar getroffen door torenhoge werkloosheid moesten door minder inkomsten hun    diensten beperken.

– Oost- en West-Vlaanderen waar het zwaartepunt van de beweging lag werd doelmatig getroffen door militaire afsluiting van de rest van België.

– Miserie en afkeer voor de oorlog speelde in de kaart van de socialisten die gesteund door een stevige organisatie (BWP) zowel in bezet gebied als bij de vluchtelingen intense propaganda voerden. Daardoor kon de linkse partij haar positie in het kabinet  versterken.

Pater Rutten probeerde het tij te keren. Onder meer was hij er van overtuigd dat een sterke politieke participatie van de arbeiders noodzakelijk was en rekende hierbij op de werkliedenbonden. Maar toen  in de herfst van 1918 onverwacht snel een einde kwam aan de oorlog was er nog maar weinig geregeld.

11 november 1918: Wapenstilstand.

Europa verkeerde toen in chaos.

Maar welk lot stond België te wachten?

Onder druk van de machtige leider van het NHVC en koning Albert diende het oorlogskabinet op 13 november haar ontslag in. In snel tempo werd  een regering van  nationale unie samengesteld, bestaande uit 6 katholieken en  6 leden van de voormalige oppositie nl. 3 liberalen en 3 socialisten. (Toen ging een regeringsvorming duidelijk iets sneller als vandaag).

Achteraf beschouwden de katholieken deze opdoffer als een ware „staatsgreep”.                                      Op 22 november sprak Albert voor de verenigde kamers een plechtige troonrede uit, waarin hij de meeste programmapunten van de oppositie tot de zijne maakte. Zo beloofde hij onder meer de onmiddellijke invoering van het algemeen stemrecht, de afschaffing van artikel 310 dat bepaalde syndicale acties strafbaar maakte, de invoering van de acht uren werkdag en nog veel meer.

Het was de eerste stap in de gecontroleerde hervorming van het regime. Toch volgden rumoerige maanden. Er werden verkiezingen aangekondigd voor juni 1919 met algemeen stemrecht voor mannen zonder te wachten op een grondwetsherziening. Daarbovenop kwam de sociale onrust. In de winter van 1918 – 1919 werd het land getroffen door een brede stakingsgolf, uitgelokt door de Syndicale Commissie van de BWP om de acht uren werkdag, het minimumloon en de syndicale erkenning af te dwingen. Door de massale werkloosheid en de verstoring van de voedselbevoorrading werden de acties goed opgevolgd.

De christelijke arbeidersbeweging was fel achteruit geslagen door de oorlog. De verhouding christelijk-socialistisch syndicaat was ongeveer 10 % - 90 %.

Door onder meer 30 jaren elitair katholiek bewind was er tijdens de oorlog duidelijk een linkse publieke opinie gekomen en waren de socialistische bewegingen, goed georganiseerd binnen hun partij, enorm versterkt.

Pater Rutten zag drie middelen om het socialisme in te dijken:

  1. 1.Het arbeiderskarakter van de bestaande sociale werken moest versterkt worden.

  2. 2.Het aandeel van de arbeiders in de katholieke partij moest vergroot worden en zij moesten over een politieke autonomie kunnen beschikken.

  3. 3.De arbeidersbeweging moest haar invloed uitbreiden door een stevige nationale pers. En inderdaad op15 juni 1919 kwamen twee nieuwe dagbladen: De Volksmacht en Le Démocrate.

Gaandeweg bracht dit de ommekeer. Mede omdat ze zich losmaakten van de katholieke bevoogding en omdat het  ACV ten opzichte van de werkgevers meer het onderhandelingsmodel hanteerde en de socialisten de harde stakingsactie.

Aan een sterke economische groei in de twintiger jaren kwam helaas een einde in de winter van 1930-1931. De industriële productie nam af en de werkloosheid schoot de hoogte in en er kwam een gevoelige loonsvermindering. Maar de klap kwam toen in september 1931 het Engelse pond devalueerde, hetgeen alle landen trof gezien het toen nog ‘wereldomvattende Britse Rijk’. Faillissementen en tuimelende beurskoersen teisterden voor jaren de arbeidsorganisaties, de overheid en vooral ook de arbeiders en hun gezinnen.

Om uit de crisis te geraken kwamen er heel wat hervormingen vanuit de politiek, de vakbonden traden meer op het voorplan, er waren ook kerkelijke verschuivingen en een veranderde verhouding Vlamingen - Walen. In de sociale organisaties was er een massaal overwicht bij de Vlamingen en waren vele katholieken gewonnen voor een culturele zelfstandigheid.

In 1940, bij de bezetting door nazi-Duitsland was de positie van de Christelijke arbeidersbeweging volkomen anders als in 1914. In 1940 had zij dankzij een netwerk van organisaties maatschappelijke invloeden verworven, dit zou de houding tegenover de bezetter grotendeels  bepalen.

Dat netwerk was onder meer uitgebreid met een sterke vrouwenbeweging KAV.


Aan de ontplooiing van KAV was een lang proces vooraf gegaan.

In de eeuwenoude kerkelijke leer m.b.t. de plaats van de vrouw in de samenleving stond o.m. :” De vrouwelijke plicht tot gehoorzaamheid en onderdanigheid t.o.v. haar echtgenoot ( misschien zijn er mannen die zuchten “ dat dit nog maar eens terug kwam”) verder was er haar Goddelijke roeping als moeder en haar alles omvattende taak als hoeksteen van het gezin.”

Omstreeks 1925 was er een ideologische visie: ”De vrouw is op de eerste plaats moeder en hoort dus thuis te zijn bij de kinderen en niet te gaan werken”.

Nochtans waren er toen al veel buitenhuis werkende vrouwen, jammer genoeg zwaar onderbetaald en werkend in onmenselijke omstandigheden, die zich daarom verenigden in de bestaande syndicaten met o.m. de eisen voor betere werkomstandigheden en gelijk loon voor gelijk werk.

Al in 1892 werden pogingen ondernomen om vrouwen uit het arbeidersmilieu te organiseren. Eerst lag de klemtoon op de arbeidende vrouw, maar de belangstelling verschoof al vlug naar de arbeidersvrouw – of –  van vrouwensyndicaat naar vrouwengilde. Er kwamen heel wat plaatselijke gilden tot stand met als doel de ontvoogding en ontplooiing op alle domeinen als vrouw en als moeder. Maar om te kunnen overleven moesten de verenigingen meer gegroepeerd worden.

In de periode 1922- 1924 vestigden KAV en LOFC-Vie Féminini (voor de Walen)  zich als autonome deeltak in het ACW- MOC

De bijdrage tot het maatschappelijk welzijn in het algemeen en de plaats van de vrouw hierin in het bijzonder was fenomenaal. Toch moesten ze nog wachten tot1948 om het stemrecht van de vrouw af te dwingen.

Ook voor de jeugd was er iets tot stand gekomen: de KAJ  – JOC en VKAJ – JOCF.


Een sleutelfiguur hierin was Cardijn.

Als jonge priester kreeg hij de kans om Politieke en Sociale wetenschappen te studeren omdat hij zich geroepen voelde om sociaal priester te worden. Hij zag hoe jonge arbeiders uitgebuit en gepest werden in de bedrijven. De groepering van jonge arbeiders met als doel: maatschappelijke en zedelijke vorming, verantwoordelijkheidsgevoel, bevrijding, sociaal-katholicisme, actie, solidariteit en gezonde ontspanning nam een sterke uitbreiding. De methode van Cardijn: Zien – Oordelen – Handelen miste zijn uitwerking niet.

De KAJ en het JOC kregen hun erkenning als nationale structuur in de schoot van het ACW- MOC in 1924. Pas in maart 1927 werd ook de benaming VKAJ – JOCF (arbeidersmeisjes) aangenomen.

In het oog springend waren de schoolverlaters actie, Voor de dienstplichtige KAJ leden de soldatenwerking. Ook de grote oplages van hun maandelijks tijdschrift : De Jonge Werkman en Lenteleven dat door wijkmeesters en meesteressen bij de leden gebracht werd.

In 1935 slaagden zij er in meer dan 70.000 mensen op de Heizel te verzamelen voor een massa manifestatie met onder het publiek prominenten en afgevaardigden van zusterbewegingen uit 25 landen. Een allegorisch  spel “Nieuwe Jeugd” en een spreekkoor wekten grote ontroering.


De kracht en uitstraling van al deze zelfstandige organisaties zijn gebundeld binnen het ACW -MOC. Politieke actie, economische werken en volksontwikkeling waren aanvankelijk hun voornaamste opdrachten en geleidelijk hebben ze de coördinerende rol van de arbeidersbeweging aanvaard. Vandaag draagt het ACW de naam beweging.net


Je vraagt je af: Jamaar, waar is dan de KWB !?

Dat is nog een heel apart en verrassend verhaal...... maar dat is voor de volgende stap.


Roger S.

======================